In het boek “The last waltz” van Anne Gracie komt een scene voor waarin de hoofdpersonen, Sebastian en Hope, een ijsje gaan eten bij “Gunter’s”. Ze waren voor het seizoen in Londen en hadden iets te vieren. Een aantal keren komen er in het boek smaken ijs voorbij die ons wat vreemd voorkomen. Nu kun je je afvragen of mensen in 1818 al de mogelijkheid hadden om ergens een ijsje te gaan eten en nog wel in zoveel smaken. Als een schrijfster als Anne Gracie dat zo uitgebreid beschrijft dan kun je er zeker van zijn dat dat goed uitgeplozen is voor het in een boek terecht is gekomen.
Een klein onderzoekje op het internet leert ons dat er in 1671 al ijs gegeten werd in Engeland. Het was echter zo bijzonder en exclusief dat je wel uitgenodigd moest worden aan de tafel bij de koning om het als toetje voorgeschoteld te krijgen. Pas in de tweede helft van de 18e eeuw kon men bij bijzondere gelegenheden ergens een ijsje gaan eten en kwam het ter beschikking van meer mensen.
De ijssalons uit die tijd leken best veel op onze hedendaagse ijszaken. Je kon gezellig aan een tafeltje gaan zitten om een ijsje te eten of grotere hoeveelheden bestellen en meenemen voor een belangrijk diner. Alhoewel de ijssalons alleen te vinden waren in grotere steden werd er ook in grote keukens op landgoederen al ijs gemaakt. Zij gebruikten hiervoor speciale ijskuilen die uitgegraven werden diep in de kelder.
In een boek uit 1772 van een zekere meneer Borella (een Italiaan, hoe kan het ook anders) met de titel The Court and Country Confectioner, staan aanwijzingen en recepten om ijs te maken zoals ze dat deden in de hogere Europese kringen. Recepten met ijs gemaakt van bruin brood, pistachenoten, jasmijn, witte koffie, thee, ananas, bessen en een heleboel andere verleidelijke en bijzondere smaken.
Als het ijs bevroren was dan werd het vaak in loden of tinnen vormen gedaan die het ijs deden lijken op fruit of puddingen. Deze vormen hadden een scharnier en konden geheel gesloten worden. De naden werden dichtgesmeerd met vet en daarna werd het geheel verpakt in papier. Vervolgens ging de hele zaak in een mengsel van ijs (gemaakt van water) en zout en na een uurtje of twee was het hard.
Kwam het ijs daarna uit de vorm dan kon het een tijdlang goedblijven in de voorloper van onze ijskast: de ijskuil. Het ijs werd vaak gekleurd door middel van eetbaar pigment en versierd met takken en bladeren om het echt te laten lijken.
Vormen die het ijs leden lijken op citroen, ananas, peren en abrikozen waren heel populair. Maar ook vormen als kreeft, asperges, stukken vlees en truffels kwamen voor.
Ook geliefd was ijs gemaakt van ‘punch’. Een mengsel van citroen- of sinaasappelwater met rum.

Op de eerste foto een Nesselrode ijspudding met de smaak van kastanje en marachino. Heel geliefd in de 19e eeuw, zeker bij de Engelse upperclass. In het midden de ijspudding die gevuld is met een andere smaak. De vorm is ooit eigendom geweest van Richard Gunter. Rechts een Princess Melon en links een Versailles Pineapple Cream. Eromheen kleine ijsjes in allerlei smaken.
Op de tweede foto een “Alexandretta ijsbom” met een aantal kleine ijsjes eromheen. De ijsbom is gemaakt met sinaasappelwater en kokosnoot en de ijsjes eromheen met appelwater.
Een ijsmaker die veel heeft bijgedragen aan het populair maken van ijs in Engeland was (weer) een Italiaan genaamd Domenico Negri. Hij had een ijssalon op Berkeley Square in Londen rond 1765 genaamd The Pot and Pineapple. Dat Pineapple komt vaak voor omdat een ananas het handelsmerk was van veel winkeliers.
Domenico Negri en James Gunter begonnen in 1777 samen een zaak en in 1799 nam Gunter de zaak helemaal over. Zijn ijssalon werd zeer populair onder de Engelse adel omdat hij zodanig ingericht was dat een Adelijke heer zonder problemen een dame kon uitnodigen een ritje te maken in een open rijtuig en daarna een ijsje kon eten bij Gunter’s.
De ‘ton’ kwam in grote getale naar Gunter’s en langzaam maar zeker ontstond ook de gewoonte om een ijsje mee te nemen naar het plein of park zelf en dat buiten de ijssalon op te eten. Sterker nog, zij bestelden hun ijs in het park en obers renden heen en weer om overal de ijsjes te serveren.
Gunter’s salon was de enige zaak waar een dame gezien kon worden met een heer zonder dat dat haar reputatie schade toebracht. De dames bleven in de rijtuigen zitten, die onder de bomen in de schaduw geparkeerd werden, en de heren stonden ernaast om zodoende een praatje te kunnen maken terwijl beiden hun ijsje aten.
De nazaten van James Gunter hebben tot 1930 de zaak gerund. James zelf werd zo rijk van de ijshandel dat hij een prachtig huis kocht in Earl’s Court en het de naam gaf “Current Jelly Hall.”
Hadden ze in die tijd ook al ijs in een hoorntje? Jazeker. De hoorntjes gebakken van zoet deeg waren al gangbaar maar werden over het algemeen met andere zaken gevuld zoals chocola, abrikozen etc. De eerste die hoorntjes vulde met ijs, althans daarover schreef, was Charles Elme Francatelli in zijn boek The Modern Cook (1846). Hij was dan ook de kok van Queen Victoria.
Niet lang daarna werd overal ijs geserveerd in hoorntjes.
Dit stukje geschiedenis kreeg ik van Maria Rosa. Grazie Molto Maria Rosa !!